TerugGa terug
  • Aantal reacties: 0

Onze bibliotheek werd deze week verrijkt met het boek ‘Paradise planned’. Een dikke pil die de ‘Garden Town’-beweging binnen heel Europa in beeld brengt. De voorbeelden komen vooral uit Engeland, maar ook Nederland staat er uitgebreid in. De beweging vond plaats in het begin van de 20e eeuw, de jaren ’10 – 40’. De industrialisatie destijds leidde tot nieuwe vormen van arbeid, bedrijvigheid, rijkdom en een nieuw maatschappelijk stelsel. Daar hoorde een nieuwe stad bij: een geordende stad die industrie, stedelijke functies en woningbouw van elkaar scheidt. (Tevens de geboorte van het bestemmingsplan). Een stad met mooie huizen in het groen waar iedereen een tuin heeft. De overheid plande tuindorpen en -wijken, en tekende de stedenbouwkundige opzet. Aannemers -de ontwikkelaars van die tijd- zetten de bebouwing neer op de voor hen aangewezen plekken. Voor het publiek zijn deze wijken inmiddels bekend als de ‘jaren’30 wijken’.

Hoe anders is de tijd nu. Na decennialang voortborduren op de tuinstadgedachte – niet altijd in woonkwaliteit, maar zeker wel in bouwtempo en kostenoptimalisatie-, is planning ingeruild voor faciliteren. Economisch hoogtij heeft plaatsgemaakt voor een crisis met misschien wel eenzelfde maatschappelijke shift als die van begin 20e eeuw. Einde van een tijdperk van schaalvergroting, kostenoptimalisatie en massaproductie. We gaan naar een  individualistische maatschappij, gecombineerd met een zelforganiserend vermogen om gezamenlijk te bereiken wat alleen niet kan.

Betekent dat dan het einde van de stedenbouw, de stadsvisie en de planning van stedelijke uitbreidingen? In mijn ogen niet. Het betekent terug naar de basis. Als overheid sta je voor de maatschappelijke doelstellingen; welke algemene kwaliteiten wil je borgen in de stedelijke uitbreidingen en wat laat je juist over aan de individuele bouwer? Plannen is ook faciliteren, het is de ruimte creëren waarbinnen een individu zijn droom kan realiseren. Niet de stedenbouw verdwijnt, maar de grootschalige ontwikkelaar verdwijnt. Het massaproduct gaat op de helling. Het individu of de CPO-groep komt bij u en wil eenvoudige kaders horen.

Ja, de ultieme maakbaarheid van de samenleving is voorbij. Want als de kaders zijn geschapen, kunt u niet meer bepalen wie er naast wie gaat wonen en wanneer de wijk af moet zijn. Maar met de juiste kaders ontstaat misschien wel het meest gewilde woonmilieu van de 21e eeuw en praten we over 30 jaar wellicht over de fameuze jaren ’20 wijken.

 

Meer blogs lezen?
Lees hier de blog ‘Dream on‘ van Esther over Martin Luther King en buitenruimte.
Lees hier de blog ‘Hoe simpel iets bijzonder kan zijn‘ van Tim over hoe details het verschil kunnen maken.

Geef een reactie